In een huurcontract staat onder meer:
● wie de huurder is;
● wie de verhuurder is;
● de huurprijs (uitgesplitst in kale huur en servicekosten);
● de hoogte van de borg;
● het adres en een omschrijving van het gehuurde (zoals hoeveel kamers, woonkamer, badkamer, tuin (grootte?));
● de datum van ingang van het huurcontract;
● het tijdstip en wijze van betaling;
● indien van toepassing, de datum waarop jaarlijks de huur wordt verhoogd;
● de afspraken over de onderhoudsverplichtingen;
● de huisregels;
● de handtekening van de huurder en de verhuurder.

Belangrijke afspraken:
● hoe de huur opgezegd moet worden;
● of de huurder bij vertrek een opvolger kan aandragen (coöptatierecht). De verhuurder mag de opvolger weigeren, maar dan moet deze daar een goede reden voor hebben;
● gebruik van gemeenschappelijke keuken, douche en/of bad, wasmachine, wc, tv, internet en telefoon;
● schoonmaken van gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen;
● gebruik van elektrische of extra verwarming;
● meubels en stoffering;
● privacy (zijn de kamers afsluitbaar) en overlast;
● of bezoek en logés zijn toegestaan.

Servicekosten

De servicekosten moeten in een contract apart vermeld worden. Dit zijn de kosten die bovenop de kale huur komen. Het moet ook duidelijk zijn om welke bedragen het gaat en waaruit deze bestaan.
Servicekosten kunnen worden betaald voor onder andere:
● stoffering;
● meubilering;
● gebruik nutsvoorzieningen, gas, water, elektra;
● gebruik kooktoestel, koelkast, oven en magnetron;
● gebruik wasmachine en wasdroger;
● gebruik TV, internet en telefoon;
● schoonmaakvoorziening.

Nederlandstalig

Een huurcontract is alleen rechtsgeldig als deze in het Nederlands opgesteld is. Voor mensen die de Nederlandse taal niet beheersen kan een Engelse vertaling als bijlage bijgevoegd worden.